The Friends Road Show met Jango Edwards

“Eind jaren 70 zat ik op de kunstacademie ‘Artibus’ in Utrecht, waar ik de opleiding in de richting ‘publiciteits vormgeving’ volgde. Het vak fotografie was onderdeel van de opleiding.

Ik was veel te vinden op festivals in Amsterdam en vooral in het Vondelpark en de Boulevard of Broken Dreams op het Museumplein. In het Vondelpark heb ik heel goede herinneringen aan het Festival of Fools, met name The Friends Road Show met Jango Edwards. Ik ben nu mijn archief aan het opruimen en kom vijf A3+ fotos op board tegen van Jango Edwards and Friends uit juni 1979. Ik heb ze toendertijd zelf ontwikkeld en afgedrukt. Ik wil ze graag aan uw stichting schenken.”

Herinnering van: Anita van den Berg

Barbara Duijfjes en Lisa Marcus

Het ‘Shaffy Weekend’ inspireerde Lisa en mij tot actie.

Omdat wij 20 jaar ouder (dan onze laatste performance samen) maar des te nieuwsgieriger zijn naar nu, zochten we naar de samenwerking met een talent uit de nieuwe generatie fotografen en vonden Daniel Cohen, jong, talentvol en ‘in de lift’. Samen maakten wij een serie foto’s die een hommage zijn aan de eerste productie die ons bij elkaar bracht en waar alles mee begon, ‘Wet Features’; een hommage aan die tweeling van Diane Arbus en aan onze bijzondere samenwerking.

Fotograaf: Daniel Cohen. Met dank aan Hotel Arena.
Fotograaf: Daniel Cohen. Met dank aan Hotel Arena.

Voor deze ontmoeting trokken we onze oude huid – de jurkjes van de tweeling die Paulette Boschung voor ons ontwierp – opnieuw aan, zij het anders, want we kijken terug. Wat onveranderd bleek was de totale vanzelfsprekendheid van ons samen, spelend op het grote hotelbed van Hotel Arena.

Barbara Duijfjes en Lisa Marcus

Gesprek Bianca van Dillen

Gesprek Bianca van Dillen ter gelegenheid van het Shaffy Weekend

In de jaren zeventig namen moderne dans, bewegingstheater en kruisbestuivingen tussen theater en beeldende kunst in zowel Nederland als België een hoge vlucht. Het Shaffy Theater werd hét podium voor deze kunstvormen en trok succesvolle dansers naar zich toe, waaronder Anne Teresa De Keersmaeker en Truus Bronkhorst. Een collectief werkverband van moderne dansers en choreografen dat al vanaf het begin furore maakte was Dansproduktie, het eerste Nederlandse danscollectief dat aanvankelijk enkel bestond uit vrouwen. Er werd gewerkt met een kleine vaste groep dansers en een wisselend aantal gasten. Bianca van Dillen, oprichter van Stichting Dansproduktie en later artistiek leider, vertelt over haar gedrevenheid in de dans- en theaterwereld en waarom het Shaffy Theater voor haar essentieel was.

truus bronkhorst
Truus Bronkhorst

Bianca van Dillen trad voor het eerst op in het Shaffy in de jaren zeventig, toen Dansproduktie nog geen gezelschap was. Het collectief zou dankzij het Shaffy Theater ontstaan na de productie Vermiljoen. Gedurende tien jaar reisde Bianca op en neer vanuit de Verenigde Staten. Ze nam vanuit daar een werkwijze mee die de danswereld op z’n kop zette. “De ‘alles kan’-mentaliteit was in de jaren zestig en zeventig alom vertegenwoordigd in New York. Onbewust nam ik deze manier van werken mee naar Nederland. De toneelvoorstellingen en combinaties van disciplines in het Shaffy trokken me aan. Ik was niet anders gewend: New York, Washington Square, The Garage, Broadway – het waren inspiratiebronnen en smeltkroezen van samenwerkingsverbanden.  Zo’n combinatie van disciplines vond je  in het Shaffy terug. Het was een multidisciplinair nest en ik voelde me er gelijk thuis.”

anne teresa
Anne Teresa

Het Shaffy Theater, onder het motto ‘Het theater waar alles kan’, paste  in Bianca’s straatje. De locatie was ideaal (direct om de hoek vanaf de theaterschool) en de sfeer die er hing was essentieel voor het ontstaan van coöperatieve verbanden. “In het Shaffy heb ik leren samenwerken. Zonder dat was mijn carrière nooit van de grond gekomen. Er was dan misschien niks, je kon er alles en dat was de kracht van het Shaffy. Het was de plek die je een podium bood voor je voorstelling. Het waren dans, livemuziek en theaterlicht die een voorstelling tot een voorstelling maakten. Ik heb een liefde voor verbeelding, dramaturgie en het opwekken van suggestie. Alles moet ontwikkeld en bedacht zijn, het moet met andere woorden theater zijn.” Dansproduktie paste deze visie toe en brak hiermee met het idee van dans als academische discipline, gebonden aan een vast stramien.

De grootste erfenis van het Shaffy is volgens Bianca de introductie van de ‘Black Box’ in Nederland: het vlakke vloer theater. Door gebouwen als Felix Meritis kon deze theatervorm zich ontwikkelen tot een niet meer weg te denken discipline. De vorm van amfitheater, met zitplaatsen die oplopen rondom het speelvlak, creëerde een extra stuk speelvlak dat voorheen onzichtbaar bleef. Je zou kunnen zeggen dat dans – en Dansproduktie in het bijzonder – in dat opzicht voorliep op toneel. Coöperatie was niet langer een werkvorm, het ontwikkelde zich tot een ware discipline. “Lopen is hier misschien wel het beste voorbeeld van,” aldus Bianca. “Het publiek lieten we voor wat het was, we liepen binnen, dansend, en liepen weer weg. We hebben maar één keer applaus in ontvangst kunnen nemen en dat was bij de laatste voorstelling. Niet iedereen begreep dat.”

Al vanaf de eerste voorstelling kreeg Dansproduktie te maken met felle kritieken van zowel positieve als negatieve toon. “De techniek werd altijd gewaardeerd, we dansten ook heel net en technisch. De vorm van het theater, daar was niet iedereen lovend over. Ik werd ‘recensent resistent’, kritieken las ik op een gegeven moment niet meer.” Zich geheel afsluiten voor kritiek deed Dansproduktie echter niet. “In het Shaffy had je direct contact met het publiek. Na een optreden kreeg je direct commentaar, heel anders dan in bijvoorbeeld de Stadsschouwburg. Zulk commentaar kon erg vakmatig zijn. Het was niet meer dan normaal dat je dat kon incasseren en je werk werd erdoor beïnvloed. Dan besprak je met elkaar of je iets toch niet moest aanpassen. Het was een heel andere vorm van theater maken.”

Waar het Nationaal Ballet, het Nederlands Danstheater en andere grote gezelschappen zakelijk leiders hadden die konden terugvallen op eigen mensen, functioneerden Bianca en co meer individueel. Dansproduktie wilde als collectief voorstellingen maken. Het gebouw waarin het Shaffy Theater gevestigd was sprak hen aan dáár te bewegen en was voor Dansproduktie een functionerend mechanisme. Artistiek en facilitair gezien is het Shaffy Theater essentieel geweest voor Dansproduktie en vele andere gezelschappen.

Zichzelf omschrijft Bianca van Dillen als “iemand die wil bewegen, coöperatief samenwerken.” Stilzitten werkt niet voor haar. Ze herinnert zich nog goed dat ze omstreeks ’75 weer naar de Verenigde Staten ging. Vervelend was dat zij ondanks een geldig visum niet direct werd toegelaten. Ze moest zich iedere week op het integratiekantoor melden. “Het was verschrikkelijk, uren moest ik wachten. Dat moet je een danser nooit aandoen. Waarom alleen ik me moest melden? Dat is me nooit verteld, maar ik vermoed dat het alles te maken had met de hoge functie die mijn oom bekleedde binnen de Communistische Partij Nederland. En dan danste ik ook nog eens in Felix Meritis. Vooringenomenheid is wat dat betreft het ergste wat er is.”

Betrekkingen hebben met Felix Meritis, van 1946 tot 1982 het hoofdkantoor van de CPN, zal midden in de Koude Oorlog niet door de VS zijn toegejuicht. Artiesten denken echter met weemoed terug aan de band die er was tussen het Shaffy Theater en de CPN. “Er valt eigenlijk weinig te zeggen over de CPN en dat is bijzonder. Ze lieten ons onze gang gaan, bemoeiden zich nergens mee. Toen ze merkten dat we er niet vies van waren onze handen uit de mouwen te steken, hadden ze waardering voor ons. Vanaf  toen hielpen er nog wel eens oude communistische verzetsstrijders om herrieschoppers uit het café te gooien.”

Het tijdperk waarin Dansproduktie actief was en het Shaffy Theater gouden tijden beleefde is voor Bianca heel belangrijk. “Je ziet het ook terug in de spelling van Dansproduktie. Ik wilde dat het met een ‘k’ gespeld zou worden, dat ving de tijdsgeest. Ik had toen sterk het idee dat het ‘van nu’ was, en lekker recalcitrant.” Het ging hierbij niet alleen om het delen van een pand met de CPN. Waar het nu vanzelfsprekend is om op Europees niveau te werken, was het toen baanbrekend om verder te kijken dan de Muur. Dansproduktie liet zich er niet door tegenhouden.

“We gingen naar het buitenland en brachten het buitenland mee terug. Zo hebben we in 1981 in Warschau vastgezeten toen Jaruzelski met zijn junta de macht greep en de noodtoestand afkondigde. Ik zag in het theater de toespraak van Jaruzelski op televisie en besefte direct dat het om een historisch moment ging. De voorstelling die we zouden spelen, Even, hebben we uiteindelijk alleen opgevoerd voor het hotelpersoneel, in de gang van het hotel.” Nadat een technicus een radio zo had weten aan te passen dat er naar de BBC kon worden geluisterd, wisten Bianca, Steve Austen (toen directeur van het Nederlands Theater Instituut en verantwoordelijk voor de tournee) en Beppie Blankert dat het mis zat. Door een met tanks bezaaide stad liepen ze ambassades af, in de hoop hulp te krijgen om het land te verlaten. “Doodeng was het. Uiteindelijk zijn we na zwaar diplomatiek overleg en met regeringsbegeleiding per trein terug naar Nederland gekomen. Toen we op Centraal Station aankwamen maakten we een ware two minutes of fame mee. Internet bestond nog niet, er was veel onwetendheid over wat zich daar afspeelde en wij waren de eerste reizigers die terugkwamen. Het voorval illustreert ook de betekenis van het Shaffy Theater als gebouw: het ging iedereen echt om het werk, in welke omstandigheden dan ook. En door omstandigheden kwam je ergens terecht.”

Cecilia Moisio
De jonge danseres Cecilia Moisio tijdens het Shaffy Weekend in Felix Meritis, 8 november 2013

Wat Bianca nadrukkelijk wil meegeven aan bezoekers tijdens het Shaffy Weekend is recensent resistent te zijn en niet depressief te worden van de subsidietekorten anno 2013. “Geen of minder geld krijgen is van alle tijden. Maak theater, als het even kan met dans erbij. Doe dat en blijf dat doen.” En de vlakke vloer theaters? “Die gaan weer bespeeld worden. De dans komt erin terug, let maar op!”

Cecilia Moisio
De jonge danseres Cecilia Moisio tijdens het Shaffy Weekend in Felix Meritis, 8 november 2013

Verhaal van Charlot Wissing

Lees de herinneringen aan de Shaffy Tijd! Op 8 en 9 november vierden we het Shaffy Weekend in Felix Meritis. Kijk hier voor meer informatie over het Shaffy Weekend.

—————————————————————————————————————

Door de lenzen van mijn Leica
Herinneringen van Charlot Wissing

Waarschijnlijk was het 1973. Ik verkocht na afloop van de voorstelling van Friends Follies (met o.a. Jango Edwards en Robert Hahn) in hun kleedkamer foto’s van henzelf. Ik had die foto’s een dag eerder op straat gemaakt. ’s Nachts ben ik bezig geweest met ontwikkelen en afdrukken om ze vervolgens op karton te plakken. Het was reuze spannend. Tot mijn grote geluk kochten ze aardig wat foto’s.

Waarom het theater waar zij optraden het Shaffy Theater heette heb ik me toen nooit afgevraagd. Het klopte dat dit fantastische theater de naam van de artiest droeg; interessant is het om nu de hele historie eens goed te kunnen lezen. Na het Friends-avontuur zag ik een prachtige voorstelling van Marjol Flore, die ik voor haar fotografeerde. Vaak bezocht ik het theater daarna nog om voorstellingen te zien en te fotograferen. Bijvoorbeeld verschillende voorstellingen van Will Spoor. Zo besloot hij na voorstellingen van naar ik meen Waste of Time een ‘dernière’ te doen. Een bijzondere afsluiting met banket, feestelijk gedekte tafels, zigeunermuziek en allerlei spektakel (Chaim Levano). Het Penta theater uit Rotterdam, De Groep van Rob Malasch, Valeska van Karina Holla met Pamela Koevoets en Mattias Maat en vele anderen zag ik in het Shaffy Theater door de lenzen van mijn Leica.

Nu, herstellende van mijn drama (het vergane tijdperk van de analoge fotografie), zit ik gebogen over mijn archief aangenaam te mijmeren over het Shaffy Theater, waar mijn carrière begon.

Verhaal van Annabel Van Ditmar

Lees de herinneringen aan de Shaffy Tijd! Op 8 en 9 november vierden we het Shaffy Weekend in Felix Meritis. Kijk hier voor meer informatie over het Shaffy Weekend.

—————————————————————————————————————

Herinneringen van Annabel Van Ditmar

http://www.theater robvanhouten.nl/?/ fotogalerie/horror
http://www.theater
robvanhouten.nl/?/
fotogalerie/horror

Van 1975 tot 1981 woonden wij een paar huizen rechts van het Shaffy Theater. Vers uit Rotterdam.

Het was heerlijk om daar te starten: veel reuring en bijzondere voorstellingen.

De voorstelling die mij het meest is bijgebleven is die van Rob van Houten. Wat de titel ervan is weet ik niet meer, maar mijn vriend en ik hebben ter plekke echt onder de tafel gelegen van het lachen. De ene grap na de andere, Rob was onverstoorbaar geestig, ook in expressie. Als we de grappen later nog aan vrienden probeerden door te geven, bleven ze onverwoestbaar!

Herinneringen van André Jansen

Lees de herinneringen aan de Shaffy Tijd! Op 8 en 9 november vierden we het Shaffy Weekend in Felix Meritis. Kijk hier voor meer informatie over het Shaffy Weekend.

—————————————————————————————————————

Herinneringen van André Jansen

In de tweede helft van de jaren zestig werden twee veldslagen uitgevochten in de Nederlandse culturele wereld – en dus in Amsterdam.

Han Bentz van den Berg, Ramses Shaffy, Eli Blom en Philippe la Chapelle in Gijsbreght van Aemstel, De Nederlandse Comedie 1962. Foto's : Lemaire en Wennink/MAI. Collectie TIN.
Han Bentz van den Berg, Ramses Shaffy, Eli Blom en Philippe la Chapelle in Gijsbreght van Aemstel, De Nederlandse Comedie 1962. Foto’s : Lemaire en Wennink/MAI. Collectie TIN.

Voor die tijd was alles relatief rustig en overzichtelijk. Serieus toneel stond in de Stadsschouwburg met als vaste bespeler de Nederlandse Comedie met Han Bentz van den Berg, Ank van der Moer en Ramses Shaffy als Vosmaer de Spie in de Gijsbrecht. Het lichtere werk was te zien in het nieuwe de la Martheater en de Kleine Komedie. Voor muziek ging je naar het Concertgebouw en enkele obscure jazztenten. Dat was het wel zo’n beetje.

De toneelwereld werd opgeschrikt door de actie tomaat. Deze diende zich aan als een vernieuwingsbeweging, maar was in feite een strijd om de macht tussen de oude en de jonge garde. De Nederlandse Comedie ging ten onder en het veld was vrij voor de nieuwe lichting. Die daar – vaak succesvol – gebruik van maakte. In de muziek lag het wat ingewikkelder. De actie notenkraker was niet bedoeld om het Concertgebouworkest aan zijn eind te helpen, maar om ruimte te eisen voor nieuwe muziek, voor zowel de componisten als de uitvoerders. Ook die actie slaagde. Niet onbelangrijke factor in dat geheel was het feit dat de budgetten voor kunst en cultuur in die tijd snel stegen, zowel bij de landelijke overheid als in Amsterdam. Er was dus ruimte en ook wat geld voor nieuwe dingen.

Dat was het moment dat de Limburgse jongeman Steve Austen naar Amsterdam kwam en de mogelijkheden daar zag, beter dan de Amsterdamse incrowd. Hij huurde een zaaltje bij de communisten in gebouw Felix Meritis, werd impresario van Ramses Shaffy en “the rest is history”.

De politieke wind in Amsterdam had hij mee. “Grote kunstinstellingen” werd een suspect begrip, kunst in de wijken, experimenteel theater en kleine zalen waren in. De Brakke Grond was al langer een spannende plek voor nieuw theater, muziek en muziektheater, het Shaffy kwam daar bij, gevolgd door Frascati, de Engelenbak, de Meervaart, de Balie en vele nog kleinere accommodaties.

Shaffy werd een echte broedplaats, nog voor dat vreselijke woord was uitgevonden. De gemeente Amsterdam vond dat wel aardig, maar het was een dure grap. Niet het Shaffy zelf, maar de daar optredende groepen, die vaak veel succes boekten (schoolvoorbeeld Baal) en vervolgens net zo lang druk uitoefenden tot er weer een nieuw theater (in geval van Baal theater Frascati) was ingericht.

Steve Austen in Felix Meritis, ca. 1995. Foto: Bob van Dantzig. Collectie TIN.
Steve Austen in Felix Meritis, ca. 1995. Foto: Bob van Dantzig. Collectie TIN.

Tot slot iets over Steve Austen zelf. Hij veroverde zich heel snel een plaats in het wereldje en dwong respect af door zijn brede kennis en faire houding. Als vice-voorzitter van de Amsterdamse Kunstraad (in die jaren een zeer invloedrijk orgaan) zat hij regelmatig de vergaderingen voor. De wat behoudender leden van het bestuur zagen dat met angst en beven tegemoet, maar die vrees was snel verdwenen. Steve was objectief, liet zijn eigen voorkeuren niet meespelen en kreeg al snel veel gezag. Zelf heb ik ook iets van hem geleerd. Als hoofd kunstzaken van Amsterdam kreeg ik gratis uitnodigingen voor stapels voorstellingen, waar ik vrolijk gebruik van maakte. Steve vertelde mij in die periode dat hij nooit op uitnodigingen inging, maar altijd kaartjes kocht. Hij wilde vrij zijn en niet dank je wel hoeven zeggen. Ik was daarvan onder de indruk en heb vanaf dat moment altijd mijn plaatsen in de kleinere theaters en zalen gewoon betaald. Zij hadden dat geld nodig. Deze lijn heb ik niet doorgetrokken tot het ballet, de opera en het Concertgebouworkest. Die konden het wel lijden.

Hugo de Greef, herinneringen aan 40 jaar met Shaffy

Lees de herinneringen aan de Shaffy Tijd! Op 8 en 9 november vierden we het Shaffy Weekend in Felix Meritis. Kijk hier voor meer informatie over het Shaffy Weekend.

—————————————————————————————————————

Herinneringen aan 40 jaar met Shaffy door Hugo de Greef

Op 40 jaar gebeurt er veel, ontzettend veel. En dan wordt er gezegd: het is alsof het gisteren was. Een slappe boutade. Jawel, maar eentje die – wat mijzelf en Shaffy betreft – waar is. Al die dingen als ze wezenlijk zijn blijven heel dicht bij en zo heeft de tijd er dus amper vat op. Al zijn ze wel af, die dingen, al is het wel voorbij en je bent al lang met wat anders bezig, eigenlijk totaal wat anders. En toch … het is veel minder ‘vroeger’ dan de jaartallen doen vermoeden. Er is geen nostalgie, er is amper een ‘toen’. Er is geen verlangen omdat het toen beter was en dus ook niet een trachten om dat nog eens mee te maken. Verre van! Vooral wil je dat alles niet terug, vooral moet het voorbij zijn.

En dan krijgt het zijn ware proporties en kan het belang geduid worden. Individueel of iets meer. Het belang als beweging, een trend, een richting, ….!

Shaffy heeft voor mij veel van dat alles.

Hugo de Greef © Michiel Hendryckx
Hugo de Greef
© Michiel Hendryckx

Zeker lijkt het mij nog alsof het gisteren was. Misschien wel omdat ik nog heel regelmatig rondloop in dat gebouw aan de Keizersgracht. Meestal om te vergaderen met de collega bestuursleden van de stichting Felix Meritis. Maar niet uitsluitend! Ik blijf mijn gading vinden in samenwerkingen rond Europese thema’s vanuit Brussel met Berlijn en dus dan ook met Amsterdam, Felix Meritis.

Ook al omdat als Nederland in die zeventiger, tachtiger jaren een Europese culturele betekenis had dat vooral via Shaffy cultureel werd ingevuld. Zonder té sneu te willen zijn: een betekenis die Nederland nu lijkt verloren te hebben. Haast niets lijkt nog op wat toen internationaal de relevantie was. Een te koesteren uitzondering daar gelaten.

Is er dan wel iets ‘gisteren’? Wat is er dan voorbij? Even doordenken! En dan stel ik voor mezelf vast dat er zovele periodes Shaffy & Felix waren dat er eigenlijk één doorlopende lijn is. Ik was daar in de voorbije 40 jaar wel haast omzeggens altijd wel. Eigenlijk een holderdebolderverhaal.

Er was inderdaad die eerste golf met die dagen toen we er met Radeis het eerste werk presenteerden. Radeis kreeg er zijn ‘internationale’ toets. En weet wat dit betekent voor het hele Vlaamse landschap van nu, met zijn internationale dagelijkse evidentie: Radeis opende de weg. Zij waren de eersten. En wat later toen Anne Teresa De Keersmaeker er haar Fase danste in de Shaffyzaal en zo haar haast permanente aanwezigheid op de vele Nederlandse plateaus begon. Toen stopte dat ook, toen Nederland dit wereldtalent dat voor het eerst haar neus buiten de deur stak in Shaffy niet meer uitnodigde. Maar ik ging er toen ook naar vele voorstellingen kijken. Omdat ik wel wat wou programmeren voor mijn Brussel’s Kaaitheater was Amsterdam ‘prospectiegebied’. Al liep ik toen meer de deur plat bij het Mickery theater en ging ik vooral met Ritsaert ten Cate’s werk aan de slag in Brussel. Met onder meer een ontmoeting voor het leven met The Wooster Group als gevolg. Shaffy bracht mij bij Nederland, bij Amsterdam. Bij toneelgroep Amsterdam, bij de Toneelschuur, bij de Rotterdamse Schouwburg … !

KaaitheaterIn Shaffy kwam dan wel het hele verhaal van Discordia met Brussel en het Kaaitheater tot stand. Vanaf een moment, al in de jaren tachtig, werden ze huisartiesten en spendeerde ik dagen en dagen met hen in Shaffy, in het Kremlin!

Onderweg werd ik ook deel van het eerste directieteam van Felix Meritis en ging zelf de boel even programmeren. Tussendoor produceerde ik er de merkwaardige dansfilm van Steve Paxton en Walter Verdin ‘Goldberg Variations’. Een referentiewerk in de hedendaagse dans. Wat later nog kon ik er een cursus opzetten in de Amsterdam Summer University. Om nu te belanden bij de Raad van toezicht en binnen nogal wat Europese projecten.

Zo bij elkaar is het nogal wat. Veertig jaar, man! Ontzettend veel, inderdaad. Alles alsof het gisteren was? Echt waar!

Verhaal van Freek van Duijn

Een paar herinneringen van Freek van Duijn

Het menselijk geheugen is een mooi ding: de tijdlijn en de feiten zijn mogelijk niet de volledige werkelijkheid, maar zijn vooral mijn eigen herinneringen, waar ik met genoegen aan terug denk.

1. Mijn eerste kennismaking met het Shaffy  was de productie Donkerslag bij Heldere Hemel van de Amsterdamse Mimeliga. Ik denk dat dit in 1974 was. De Mimeliga was een coöperatieve vereniging , geheel in stijl van die jaren, opgericht door het vrijwel  volledige tweede afstudeer jaar van de Mimeopleiding van Frits Vogels.

Freek van Duijn
Freek van Duijn

Illustere leden waren o.a. Pamela Koevoets, Dea Koert, Karina Holla, Frans Joris de Graaf, Tjerk Risselada, Helma Mandemaker, Elske van der Hulst, Dirk Dekker.
De productie was het eindexamen resultaat van Elske.  Zij was net afgestudeerd. Ik was de technicus, decor timmeraar, manusje van alles van deze productie.

De productie was in première gegaan in het Doelentheater in Amsterdam. De Mimeliga ging op tournee naar de Toneelschuur in Haarlem en naar het Shaffytheater. Voor de pauze speelden we nog twee andere producties, ook ontwikkeld op de “Piusschool”, want je moest natuurlijk  wel een avondvullend programma hebben: Tempo Team op avontuur, een productie van Jeanette Oldenhave en Lenie Brederveld en 3×3, een productie van Tjerk Risselada, Elske van der Hulst, en Dirk Dekker.

Om de voorstelling in de Zuilenzaal te belichten was er een rolsteiger, een losse uitschuifladder en misschien 30 pipo’s, koekblikken, eitjes, een elleboog, en een lichtorgel met 8 faders, te bereiken via een trap die weer uitkwam in het kleedkamergebied. Dat was alles. Nu was dat voor mij heel veel, want ik had natuurlijk geen idee hoe het allemaal precies werkte, ondanks het feit dat Chris Lievaart (Theaterschool) mij de principes van het theater-belichten wel had uitgelegd.

Maar we hebben gespeeld, de opbrengst was de recette. Ik herinner me nog de opbrengst in Haarlem: er waren 7 betalende bezoekers. En waar we dan van leefden? Geen idee, uitzendklusjes waarschijnlijk. Later werkten we natuurlijk allemaal met “behoud van uitkering”, maar dan moest je wel eerst officieel gewerkt hebben om iets van een uitkering te kunnen krijgen. Dat lukte omdat in die jaren de eerste productiesubsidies van CRM en de gemeente Amsterdam beschikbaar kwamen.Na deze productie is er een reeks van voorstellingen  door dit illustere gezelschap met  wisselend succes uitgebracht in de Zuilenzaal. Steve Austen en Rob Weber gaven deze groep net afgestudeerde mimespelers de kans om te laten zien wat ze konden. Publieksaantallen waren nog niet van belang. Mogelijk maken, daar ging het om. Shaffy, het theater waar alles kan.

2. De hond van Will Spoor
Aan het begin van de jaren 70 was het kunstbeleid strak gereguleerd. Voor de mime werden er maximaal 30 professionele mimespelers gesubsidieerd door het ministerie van CRM. Groepen als Bewth, Rob van Rijn, Rob van Houten, Carrousel, en Waste of Time van Will Spoor waren de gelukkigen. Er kon er pas één bij als iemand was overleden. De afstuderende mimespelers waren aangewezen op projectsubsidies.

Will Spoor
Will Spoor

De groep van Will Spoor speelde ook in de Zuilenzaal. Het waren altijd weer ontregelende voorstellingen. Will had een hond, een teckel. Dit sujet ging altijd met hem mee. Tijdens voorstellingen werd hij opgesloten in de kleedkamer. Maar ja, een hond is bedoeld om iets te bewaken. In dit geval dus de kleedkamer. En soms moest je tijdens een voorstelling langs de kleedkamer. Als je vergat dat de  hond van Will daar zat en je teveel lawaai maakte, kon je altijd rekenen op heftig geblaf. En dat was natuurlijk te horen in de zaal. Will zag er geen probleem in om dan de scène te verlaten, de kleedkamer in te stormen en zijn hond tot stilte te manen. Na de voorstelling ging hij natuurlijk op zoek naar degene die het toch in zijn hoofd had gekregen om zijn hond te laten blaffen. Zelden vond hij de schuldige. Ik heb geleerd om heel zachtjes langs kleedkamers te lopen.

3. De filmzaal
Steve Austen zag altijd wel mogelijkheden om iets nieuws te beginnen. Hij wilde films gaan vertonen. Maar om in het gebouw een plek te vinden die voldeed aan de brandweereisen… Nu bleek het in die dagen zo te zijn, dat als je minder dan 50 stoelen had, de regels een stuk minder strak waren. En zo ontstond er dus een zaal van 49 stoelen.

As en Diamant
As en Diamant

Het zaaltje werd getimmerd en ingericht door de technici, onder leiding van Gidius Noordman. Een 16 millimeter projector, een witgeschilderde wand en 49 klapstoelen.

Ik heb in die filmzaal een jaar lang in de weekenden de nachtfilm gedraaid. Weken achtereen heb ik films van Andrzej Wajda gedraaid, waaronder As en Diamant, een aangrijpende film over de Poolse getto’s.

4. De maandagochtend vergadering
Als nachtfilm-operateur was ook ik welkom op de maandagochtend vergaderingen. Enerverende bijeenkomsten over alles wat er gebeurde in het pand. Onderdeel was altijd wie wat gezien had in de week ervoor. Iedereen zag veel voorstellingen: in het Shaffy, Bellevue, Brakke Grond, het Mickery Theater aan de Rozengracht. Maar het bezoeken van voorstellingen in de Stadsschouwburg was niet populair. Als iemand het toch aandurfde om over zijn bezoek aan het Publiekstheater te vertellen, werd hij ingedeeld bij de niet zo vernieuwende mensen. De bewoners van het Leidseplein, dat was toch wel artistiek achterblijvend volk…

Mickery Theater
Mickery Theater

5. De nieuwe directeur
Rob Weber vertrok en er moest een nieuwe directeur komen. Ik werkte toentertijd bij CAT, de Coöperatieve vereniging Automatisering Theaterbedrijven. Een samenwerking van Shaffy, Theaterinstituut, en Theater Netwerk. De bibliotheek van het NThI, de kassa van het Shaffy en de administratie van deze drie werden geautomatiseerd. Ook weer zo’n vernieuwend idee van Steve Austen en Chris de Jong. Mijn kantoor was ergens in het gebouw. Op een ochtend komt Rob binnen en stelt de nieuwe directeur Shaffy Theater voor. Een perfecte kandidaat. Hij kwam van het ministerie van CRM, afdeling kunsten. Ik feliciteer hem en zeg benieuwd te zijn naar de toekomst.

Een week later wordt mij verteld dat de benoeming toch niet doorging. Ze waren vergeten om het te hebben over het salaris. De nieuwe directeur had op zijn minst verwacht iets meer te kunnen gaan verdienen dan in zijn huidige baan. Het bestuur was vergeten te vertellen dat iedereen in het Shaffy rond het minimum loon verdiende, ook de directeur.  Ze zijn er in de onderhandelingen niet uitgekomen.

Tot 1985 heb ik meer dan 10 jaar af en aan gewerkt in het Shaffy en bij groepen die speelden in het Shaffy. Ik heb heel veel voorstellingen gezien, de producties van Hauser Orkater tot stand zien komen, de Baal producties. Ik heb leren luisteren naar muziek, heel veel geleerd over theatermaken, ondernemen, omgaan met kunstenaars, ambtenaren en politici.

Shaffy, een prachtige leerschool.

FESTIVAL OF FOOLS

Lees de herinneringen aan de Shaffy Tijd! Op 8 en 9 november vierden we het Shaffy Weekend in Felix Meritis. Kijk hier voor meer informatie over het Shaffy Weekend.

—————————————————————————————————————

FESTIVAL OF FOOLS
Marion Onnekink

In 1975 vond het eerste Festival of Fools plaats op initiatief van Jango Edwards en zijn Friends Roadshow. Friends RoadshowHet was een samenwerkingsverband tussen Melkweg, Shaffy en Paradiso.

Ik werkte bij de Melkweg als assistente van Wouter de Boer, die verantwoordelijk was voor de theaterprogrammering. Vanaf 1976 was ik bij het festival betrokken en werd in latere jaren zelfs door de Melkweg uitgeleend om een half jaar aan de voorbereidingen te werken. Dat gebeurde op verschillende locaties, o.a. de zolder van het Nederlands Theater Instituut en een ruimte op de Stadhouderskade.

Het was tevens mijn eerste kennismaking met het Shaffy Theater. Rob Weber was de vertegenwoordiger van het Shaffy wat betreft de programmering van het FoF. Mijn bijdragen waren veelzijdig: naast de gebruikelijke kantoorwerkzaamheden was ik betrokken bij de publiciteit en de programmering. Ik verkeerde in de gelukkige positie dat ik diverse theaterfestivals mocht bezoeken en mocht assisteren bij de selectie van groepen die uitgenodigd werden. Een aantal jaren heb ik de coördinatie van de Fools-school op mij genomen.

Het hoogtepunt was het grote Festival of Fools/Théatre des Nations in 1980 op het oude ADM-terrein in Amsterdam-Noord.  De kaartverkoop was voor ’t eerst geautomatiseerd, met dank aan Chris de Jong.

Het laatste festival in 1984 heb ik helaas niet fysiek kunnen meemaken. Op de vrijdag voor het begin van het festival werd ik aangereden door een auto en belandde in het ziekenhuis. Ik kwam daar de dag na afloop van het festival weer uit, dus ik heb me uitsluitend met de voorbereidingen beziggehouden.

Jango Edwards
Jango Edwards

Gelukkig werd ik het jaar daarop, 1985, uitgenodigd om als ‘zone-coordinator’ te werken tijdens de Streets of Fools in het kader van Athene – eerste culturele hoofdstad van Europa.

Dankzij de sociale media heb ik veel oude ‘Fools’ weer kunnen traceren en tot mijn verrassing is de geest van het Festival of Fools nog terug te vinden.

De initiatiefnemer van het Festival of Fools, Jango Edwards, runt in Barcelona het Nouveau Clown Institute.

Het is waarschijnlijk algemeen bekend dat het Oerol Festival op Terschelling een direct uitvloeisel van het FoF is, maar minder bekend is het jaarlijkse festival in mei in Belfast, Noord-Ierland.

Nola Rae, lid van Jango Edwards’ Friends Roadshow van het eerste uur, heeft daar in 2009 nog gespeeld.

Nola Rae Indexstrip

Moshé Cohen, werkt o.a. met Clowns Sans Frontières.

Avner the Eccentric reist de halve wereld over als clown.

Footsbarn Theatre heeft een aantal keren Carré aangedaan en blijft actief.

Verder zijn daar: Johnny Melville, Matt Mitler, People Show, Chris Lynam, John Elk, Steve Steen (ex-Wee Wees, Omelet Broadcasting Company), Richie Smith & Jon Beedell (Desperate Men),  Marco Carolei, Peter Wear (British Comedy Company), Justin Case, Gregg Moore, Cedric Curtis, Peggy Larson, Ted Bunting, Ted van Zutphen, Linda Curtis Anton.

Artiesten die in Amsterdam zijn blijven hangen: Daniël Rovai (ex-Footsbarn), Chip Bray (ex-Pigeon Drop) en Lee Ross (ex-Pigeon Drop, nu: International Native Casting), Katie Duck (ex-Great Salt Lake Mime Troupe, nu: Magpie), Michael Moore & Jodie Gilbert, Michael Vatcher, Stanley Haywood, Davey Norket, Marshall Erskine, Alan Purves, Jimmy Sernesky, Rodney John Beddall

En de Nederlandse Fools: Grada Peskens, Samba Salad, Pieter Tiddens, Lucas Amor (La vie en rose), Pieter Post

en de velen die ik niet heb kunnen traceren…..

Leonard Frank over zijn geschiedenis

Lees de komende tijd herinneringen aan de Shaffy Tijd! Op 8 en 9 november vieren we het Shaffy Weekend in Felix Meritis. Kijk hier voor meer informatie en kaartverkoop voor het Shaffy Weekend.

—————————————————————————————————————

Leonard Frank over zijn geschiedenis in het Shaffy Theater

Mijn eerste kennismaking met het gebouw kwam via de krant. Verontwaardigden, solidair met het in opstand gekomen onderdrukte Hongaarse volk, stenigden Felix Meritis en poogden zich op deze manier toegang te verschaffen tot de redactieburelen van het communistisch dagblad De Waarheid om daar met alle waarschijnlijkheid de boel verder kort en klein te slaan. Ze zouden die vuile communisten eens mores leren maar Felix werd heldhaftig verdedigd door diezelfde communisten tot uit de dakgoot aan toe.
Het was 1956.

In mijn studententijd in Amsterdam, begin jaren 60, begon Felix Meritis zich steeds meer aan me op te dringen. Als thuisbasis voor De Waarheid als politiek gegeven, ik studeerde enige tijd politicologie. Maar vooral omdat ik bezoeker werd van voorstellingen van o.a. Ramses Shaffy en Hollands Hoop. Weer later diende het gebouw als toonzaal voor mijn eerste toneelproducties.

Bob Logger heeft al geschreven over De Lusitanische Bullebak die in 1969 onder mijn regie in het Shaffy theater het leven zag.

De vrijheid bedreigd? was de tweede productie van mijn hand. Ze werd op 5 mei 1970 (25 jarige bevrijding) eenmalig getoond, met Studio Laren van Marijke Ferguson en als acteurs Joop Keesmaat, Ina v.d. Molen, Jack Horn en Donald de Marcas. Medewerking werd verleend door Pim Fenger (dramaturgie).
Twee belangwekkende feiten herinner ik me: we wisten het actuele radio politieverkeer over de op dat moment uitgebroken krakersrellen direct tijdens de voorstelling in de Concertzaal te laten klinken en vervolgens lieten we het publiek na afloop een Niet-Ariërverklaring ondertekenen, met groot gevolg en veel succes.

Toneelgroep Studio met Jaap van Donselaar, Coby Stunnenberg, Marijke Frijlink en Fred v.d. Hilst, decor Jan Joris Lamers, speelde in de Zuilenzaal Menuet van Louis Paul Boon. Links en rechts van de oplopende tribune stonden monitoren opgesteld, waarop opgenomen scènes, toen nog via een videoband, werden afgespeeld. O.a. het meisje in het bad en de noodlottige val van de arbeider in de vrieskelders.
In die tijd, het was 1971, gebruikten we voor het eerst ‘moderne media’ in het theater.

Logisch dat voor mij de stap niet groot was om voor Toneelgroep Baal in 1972 Shaffy als thuisbasis te kiezen en in het bijzonder de Concertzaal als vaste speelplek.

Directeur Steve Austen vond het een prima idee, de gemeente zorgde voor een simpele technische verbouwing in de vorm van een paar ijzeren balken onder het plafond bij wijze van grit, de tribunes kwamen uit de Shaffy zaal en elders vandaan en met steun van de technische dienst van Shaffy startten we een jaar later ons eerste seizoen. We zouden onze activiteiten verdelen tussen Shaffy en De Brakke Grond maar dat plan hield geen stand en zo heeft Baal 7 jaar achter elkaar haar premières en de daarop volgende seriebespeling in Shaffy kunnen geven.

Na die 7 jaar waren we uit de zaal gegroeid en verhuisden voor één seizoen naar het Baal IJtunnel Theater om vervolgens 7 jaar domicilie te kiezen in Theater Frascati.

De dag na de laatste voorstelling in Shaffy in het voorjaar van 1979 (Nekrassov van Sartre, regie: Rudolf Lucieer) reed ik op de fiets voorbij mijn eigen kersverse ex-schouwburg. Voor het gebouw stond een flinke rij jonge toeschouwers half op de stoep half op de rijweg in afwachting van een toegangskaartje. Passerend werd me achterna geroepen, ‘Kun je niet uitkijken, opa!’
De dingen gaan snel. En snel voorbij.

Soms, half liggend op het balkonnetje in de Concertzaal, ik was als de dood dat het publiek me zou zien, volgde ik met de twee technici de voorstelling van Baal.
De klik waarmee de Revox bandrecorder werd gestart was elke keer voor iedereen duidelijk hoorbaar. Aha, muziektheater, de tape is gestart, zag je de mensen denken.
Een komisch misverstand: voor De Onverstandigen Sterven Uit, van Peter Handke, had Rudolf L. zich helemaal te pletter gestudeerd om zichzelf tijdens de voorstelling zingend op een elektrisch pianootje te kunnen begeleiden. Het publiek hoorde de begeleiding via speakers. Vrijwel alle bezoekers waren in de vaste overtuiging dat Rudolf werd begeleid door een van te voren opgenomen pianobandje.

’s Nachts werd er uitgelicht voor de nieuwe première met een uitgeschoven wankele ladder tot in het grit en de nachtportier van de Waarheid die koffie bracht. De route via het achterdoek, een verscholen deurtje, een krakend bochtig trapje naar een morsige ruimte op de eerste verdieping: de kleedkamer, en ernaast de redactielokalen van De Waarheid.

Geen vast toneel, voor iedere nieuwe productie wilden we plek en vorm van een eventuele toneelverhoging zelf bepalen. Dat heeft tot resultaten geleid waar ik nog steeds trots op ben.

Bekende Gezichten Bekende GevoelensIn Bekende Gezichten Bekende Gevoelens (Botho Strauss) was het publiek, in de lengte aan 2 kanten van de zaal opgesteld, op bezoek bij een uit handen lopend diner in de eetruimte van een hotel, terwijl in het tweede deel, na een subliem decorchangement (Paul Gallis), de toeschouwer plotseling te gast was in de glimmend gepoetste danszaal van het hotel.

Tijdens La Plagiata (een musical samen met live Willem Breuker en Het Kollektief) werd de lengte van de linkerwand gebruikt als onderdeel van het decor. Verbolgen en verdwaasde gezichten van De Waarheid’s redactieleden verschenen achter de ramen één hoog, terwijl wij doorgingen met de repetitie. Toneel op locatie (1976).

Het publiek plotseling in aangezicht met een heuse levende slang, een jonge Python van 3 meter, die op een decorstuk lag te kronkelen.

Een omvallende boekenkast die iemand in het publiek noopte tot een poging tot reddend handelen waardoor een acteur (Han Römer) zijn voet brak.

Het nachtelijk gesluip door de gangen, over de overloop, naar buiten, het plaatsje achter het gebouw op de asemmer zittend. Het gekraak en gesteun van de eeuwenoude planken. Dan…heel voorzichtig de deur open naar het balkonnetje van de techniek. De warme walm die je tegemoet sloeg. Het geritsel van het publiek beneden in de zaal. Publiek waar je helemaal nooit aan zou wennen

Ik was toen een regisseur die moeilijk in de zaal plaats kon nemen tijdens de première, ook heel lastig trouwens tijdens try-outs en zelfs gedurende de voorstellingen later.
Mijn vertrouwen in het publiek was niet groot, ik was bang voor hun snelle, negatieve reacties. Ook voor hun positieve kon ik moeilijk een houding vinden. Voor alles verschool ik me en hoopte zo de directe confrontatie te ontlopen.

Soms zat ik tijden doodstil onder de tribunes tussen de planken door mee te gluren naar de voorstelling. Als er dan echter iemand boven mijn hoofd even ging verzitten, even de rug strekte, klonk dat in mijn oren als een bevestiging van extreme verveling: die toeschouwer wilde kennelijk het liefst zo snel mogelijk weg, dacht ik.
Elk kuchje, elk verzitten, elk gebaar of geluid van iemand uit het publiek had voor mij de heftigheid van een donderslag.

Zo heb ik muisstil sluipende, heel wat routes door het gebouw verkend, van de nok naar beneden, van voor naar achter. In het café, in het hokje van de portier voor de klapdeuren naar de trappenhal, in de toiletten.

Felix Meritis is voor Baal èn voor mij ons eerste huis in het toneelleven geweest. Daar wil ik Steve en zijn Shaffy nog eens graag voor bedanken en vooral er ook uitbundig mee feliciteren, want, er kon alles en niets was ze te dol.