Verhaal van Linda Bouws

Lees de komende tijd herinneringen aan de Shaffy Tijd! Op 8 en 9 november vieren we het Shaffy Weekend in Felix Meritis. Kijk hier voor meer informatie en kaartverkoop voor het Shaffy Weekend.

—————————————————————————————————————

Herinneringen aan het Shaffy Theater
Linda Bouws

Vanaf het moment dat ik theaterwetenschappen studeerde aan de UvA, kon je me iedere week wel enige avonden in het Shaffy Theater aantreffen, na afloop van de voorstelling liep het gewoonlijk uit tot diep in de nacht in het Shaffycafé.

Daar werden gesprekken gevoerd met medestudenten en acteurs die na de voorstelling bleven hangen, daar werd gedanst en geflirt op de bandjes van Frankie Wolf, een van de “obers” achter de bar en de grootste Zappa deskundige van Amsterdam.

Ik zag veel voorstellingen: was bezoeker van o.a. Onafhankelijk Toneel, toneelgroep Baal, Hauser Orkater, Discordia, Nieuw West, De Republiek, Peter Zegveld en Karina Holla. Van Baal zag ik bijna alles, van de eerste Baal (Bertolt Brecht) met muziek van componist Willem Breuker, tot de twee laatste, de indrukwekkende producties Mattheus Passie en Orpheus op muziek van Louis Andriessen.

Van Hauser Orkator zag ik alle producties. Vooral Zie de mannen vallen en Famous Artists maakten enorme indruk, niet in de laatste plaats door het spannende pakje dat Alex van Warmerdam aan had en de wijze waarop hij een gedicht declameerde.

De indrukwekkende dansvoorstellingen van o.a. Anne Teresa De Keersmaeker, Bianca van Dillen, Krisztina de Châtel, Steve Paxton en Truus Bronkhorst zag ik later. Toen ik oprichter en directeur werd van Kunstkanaal hebben vele van deze kunstenaars onderdeel uitgemaakt van mijn programmering op deze wekelijkse televisiezender.

Linda Bouws. foto: Maarten Brinkgreve
Linda Bouws. foto: Maarten Brinkgreve

En nu ben ik sinds 2002 directeur van Felix Meritis en zie erg uit naar het Shaffy weekend op 8 en 9 november a.s., met een speciaal programma ter gelegenheid van de viering van het 80ste geboortejaar van Ramses Shaffy  (helaas heb ik hem nooit zien spelen in de naar hem genoemde zaal) en het roemruchte Shaffy Theater dat 45 jaar geleden werd opgericht.

Als je me vraagt wat de Shaffyperiode voor mijn persoonlijke leven betekende, dan is dat kort samengevat: een kennismaking met een mix van onafhankelijke, onconventionele theatermensen – en vormen. Altijd verrassend, spannend en vaak net niet helemaal af, hetgeen me heeft bevestigd in mijn latere keuzes. Zelf iets opzetten buiten de geijkte paden, van Kunstkanaal, tot diverse grote artistieke festivals, tot de huidige invulling van Felix.

Gielijn Escher, Affiches voor Shaffy

Lees de komende tijd herinneringen aan de Shaffy Tijd! Op 8 en 9 november vieren we het Shaffy Weekend in Felix Meritis. Kijk hier voor meer informatie en kaartverkoop voor het Shaffy Weekend.

——————————————————————————————————–

Gielijn Escher: Affiches voor Shaffy
Mienke Simon Thomas

Het Shaffy Theater had voor mij als niet-Amsterdammer in de jaren 70 een heel hip, hoofdstedelijk imago. Ik bezocht er slechts eenmaal een voorstelling, namelijk in 1979: Zie de mannen vallen van Hauser Orkater. Een goede vriendin, die in een kraakpand aan de Prinsengracht woonde, nam me mee. Zij kwam er natuurlijk veel vaker en ze ‘kende er ook mensen’, wat ik heel stoer en spannend vond. Het hele gebeuren – de voorstelling, het gebouw, de rommelige ambiance met zijn hoge ons-kent-ons gehalte – maakte een onuitwisbare indruk op me. Ik herinner me Jim van der Woude, die met zijn mond een touw in alle richtingen bewoog en één van de jongens van Van Warmerdam in een pilotenpak en vooral dat het heel vernieuwend en absurdistisch was. De uitdrukking werd toen nog niet gebruikt, maar het voelde wat je nu zou noemen: cutting-edge.

Twee jaar geleden dwong het schrijven van een boek over de affichekunstenaar Gielijn Escher, bij een tentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, mij ertoe me te verdiepen in de geschiedenis van het beroemde theater. Escher was namelijk één van de vele uiteenlopende vreemde vogels die in de jaren 70 in het Shaffy Theater tot bloei kwam, ook al was hij geen zanger, danser, musicus of acteur, maar een kunstenaar.

Affiche van Gielijn Escher
Affiche van Gielijn Escher

Gielijn Escher (geboren 1945) ontwierp zijn eerste affiche – gebruik in het bijzijn van Gielijn nooit het word ‘poster’ – voor Shaffy in 1974: een in het oog springende vijfpuntige gele ster op een donkerpaarse achtergrond met de tekst: ‘Shaffy Theater. Het theater waar alles kan’. Hij was toen een jaar of acht als grafisch kunstenaar werkzaam. Het was één van de eerste ontwerpen van Escher waarin zijn latere karakteristieke stijl al naar voren kwam: eenvoud door middel van een verregaande stilering van het beeldmotief gecombineerd met een uitgekiende typografie en heldere egale kleurvlakken. De affiches werden op een bijna perfecte wijze ambachtelijk gedrukt. Meteen na dit eerste succesvolle ontwerp werd Escher door Steve Austen als ‘affichekunstenaar’ opgenomen in de tableau de la troupe van zijn theater. Voor het verdere verloop van Eschers carrière zou dit van het grootste belang blijken te zijn.

Om te beginnen mocht Gielijn al in datzelfde jaar 1974 in het Shaffy Theater zijn eerste expositie van eigen werk inrichten. Austen profileerde zijn theater hiermee nadrukkelijk als hét podium voor kruisbestuiving tussen culturele disciplines. Eschers affiche uit 1975 voor Chaim Levano, die in Shaffy gedichten van de Dada kunstenaar Kurt Schwitters voordroeg in samenwerking met het Resistentieorkest – een samensmelten van kunst, literatuur en muziek – illustreert dit streven bij uitstek.

Een lange reeks affiches voor het theater en voor de diverse gezelschappen die er optraden volgde. Marketing bestond in die tijd nog amper en voor zover er bij Steve Austen of bij de leiders van de diverse theatergezelschappen gedachten over public relations leefden, werden die niet met Escher gecommuniceerd. Zo werkte hij namelijk niet. Gielijn kwam gewoon op een gegeven moment met een nieuw ontwerp op de proppen, uitgewerkt in het formaat van een sigarettenpakje. En dan niet drie varianten waaruit gekozen kon worden, nee: deze of helemaal niet! En Austen zei dan bijna altijd ja. Zo ging dat toen nog gewoon.

Maar het meest bijzonder was misschien nog wel dat Escher zijn affiches zelf in de stad ophing. Aanvankelijk als ‘wildplakker’, vanaf 1980 met een vergunning. En ook dit facet van het werk voerde hij perfect uit. Gielijn wist in de stad de beste plakplaatsen waar hij voor dag en dauw aan de slag ging. Naderhand controleerde hij zorgvuldig of een door hem  aangebracht affiche ook daadwerkelijk bleef hangen en niet door iemand anders overplakt werd.

Affiche HetKoninkrijkVoor Toneelgroep Baal, één van de vaste bespelers van het Shaffy Theater, ontwierp Escher in de loop der jaren meer dan een dozijn plakkaten. In eerste instantie lijken dit vaak zuiver typografische ontwerpen, zoals voor het stuk ‘Getrommel in de nacht’ van Bertolt Brecht, het eerste van de reeks. Maar vaker vertelde Escher met kleur, typografie en een uiterst eenvoudig beeld veel meer. Doeltreffend is bijvoorbeeld het affiche voor ‘Het Koninkrijk’, waar de tekst simpelweg in een diagonale oranje, rood, wit en blauwe baan staat. Op het affiche voor het stuk ‘Mattheus Passie’ dat Baal in 1976 speelde, met een libretto van Louis Ferron op muziek van Louis Andriessen, staat de tekst in een kruisvorm.

Wanneer Peter Handke’s stuk over ‘Kaspar Hauser’ op het programma staat, laat Escher uit de tekst ‘Baal speelt Peter Handke’ de letters van de naam Kaspar naar beneden dwarrelen, fraai zinspelend op de waargebeurde geschiedenis van de uit het niets opgedoken jongen, die wel zijn naam kon opschrijven, maar niet kon praten.

Een kleinere reeks affiches maakte Escher voor het ‘bewegingstheater’ van Bart Stuyf, dat ook het Shaffy Theater als vast podium had. Het ontwerp voor het stuk ‘Eventails’ (waaiers) uit 1976 springt er uit. In tegenstelling tot het affiche voor het Holland Festival, waar één waaier in een groot vlak zweeft, passen hier twee overlappende gigantische waaiers bij lange na niet op het vel. Het affiche is echter zo ontworpen dat het, in meerdere exemplaren naast elkaar geplakt, een precies aansluitend motief laat zien waardoor een doorlopende muur van waaiers ontstaat. Omdat Escher de biljetten zelf plakte kon hij dit effect overal in de stad zo optimaal mogelijk tot zijn recht laten komen.

Affice aWasteOfTimeVoor de mimegroep Waste of Time, ook optredend in Shaffy, ontwierp Escher in 1977 een affiche waarin een klok langzaam lijkt te transformeren in een slak en vervolgens in een wolk. Een treffende verbeelding van de langzaam wegglijdende tijd.

De jarenlange, vruchtbare samenwerking tussen Krisztina de Châtel, de artistiek leidster van de naar haar genoemde dansgroep en Gielijn Escher begon ook in de jaren zeventig. Escher leefde zich voor haar optredens in Shaffy uit in visuele vondsten waarin typografie, lettertype, kleur en enkele minimale toegevoegde vormen een maximaal effect sorteerden.

 

Affiche FestivalOfFools1975

 

De ambities van Steve Austen hadden ondertussen de grenzen van het Shaffy Theater overschreden. In zijn streven naar meer betaalbare alternatieven voor het enigszins elitaire Holland Festival, ondersteunde Austen in 1975, samen met de directies van de Melkweg en Paradiso, het initiatief van de Amerikaanse clown Jango Edwards voor een nog veel groter en vernieuwend festival: het Festival of Fools. Het succesvolle spektakel, dat zich gedeeltelijk in de openlucht afspeelde, zou nog jarenlang herhaald worden. Escher maakte voor het Festival in totaal vier affiches. Het vormt zijn meest karakteristieke en bekende werk uit de jaren zeventig. Terugkerend motief is een gestileerd, lachend maantje dat zijn tong uitsteekt: op die tong ligt een sterretje of een blaadje. De verwijzing van dit motief naar het gebruik van hallucinerende middelen, inclusief de sterke gelijkenis van de onderkant van de maan met een blad van de marihuanaplant, is volgens Escher ‘puur toeval’.

Het vijftienjarig bestaan van het Shaffy Theater in 1983 werd gevierd met een kleurrijk, karakteristiek affiche van Escher waarop opnieuw een ster figureert, ditmaal strakker, kleuriger en asymmetrisch uitgewerkt. Het beeld kan ook met de spotlights in het theater geassocieerd worden. Net als op zijn allereerste ontwerp voor Shaffy versmelten de letter A en de bovenste punt van de ster.

Affiche JubileumShaffyTheaterEscher was niet de enige of de ‘vaste’ ontwerper van affiches voor het Shaffy Theater. En Shaffy was – gelukkig – ook zeker niet zijn enig opdrachtgever. Ook veel orkesten wisten Gielijn te vinden, terwijl later ook veel opdrachten van de musea kwamen. Maar achteraf kan geconstateerd worden dat de bijzondere omstandigheden die door het Shaffy Theater in Amsterdam werden gecreëerd het beste in Gielijn Escher als afficheontwerper naar boven hebben gehaald.

Zie: Gielijn Escher. Leven voor affiches, Amsterdam (uitgeverij De Buitenkant) 2012

Rudolf Lucieer over Het Shaffy Theater

Lees de komende tijd herinneringen aan de Shaffy Tijd! Op 8 en 9 november vieren we het Shaffy Weekend in Felix Meritis. Kijk hier voor meer informatie en kaartverkoop voor het Shaffy Weekend.
——————————————————————————————————–

Rudolf Lucieer (Toneelgroep Baal) over Het Shaffy Theater

In de zaal waar ooit Clara en Robert Schumann concerteerden, mochten wij in 1972 proberen  een artistiek antwoord te vinden op de vragen die rezen na Aktie Tomaat. “Wij” dat waren de jonge toneelspelers onder leiding van regisseur Leonard Frank. Frank had in de nadagen van De Nederlandse Comedie al in het Shaffyzaaltje boven gestaan met de Lusitaanse Bullebak. Nu stonden we er weer, maar dan in de concertzaal en als kersverse nieuwe theatergroep.

We speelden Brechts eerste stuk en vernoemden onze groep daarnaar. Baal speelt Baal, dat klonk lekker. “Theater van de straat, asfalt waar ooit pluche was”, herinner ik me uit de interviews die we destijds gaven.

Vijf jaar later verlieten wij het Shaffy Theater. Met de vele uitverkochte zalen, met de introductie van schrijvers als Botho Strauss, Peter Handke en Thomas Bernhard, met de ontwikkeling van het muziektheater o.l.v. Willem Breuker, Louis Andriessen en Lodewijk de Boer, pasten wij niet meer binnen de doelstelling van het Shaffy Theater, dat onbekend talent een plaats wou bieden. Na een overgangsperiode vond Baal tenslotte zijn eigen plek in Amsterdam als bespeler van Theater Frascati.

Het spelen in het Shaffy Theater was met geen ander theater te vergelijken. Destijds bestond er nog niet zoiets als ‘het circuit van de kleine zalen’. Met allen die in het Shaffy Theater onderdak vonden veroverden we dat nog onontgonnen terrein van het experimentele. Toneel, dans, mime, muziektheater, video, performance, improvisatie.

Nergens anders buitelden al die theatervormen in hun verscheidenheid zo over elkaar als in het Shaffy Theater: de artistieke bijenkorf van het experimentele.

Dat ik in dit alles meeliep geeft nog altijd een geweldig gevoel.

Rudolf Lucieer

 

Thijs van Leer, de warmste dag sinds april…

Lees de komende tijd herinneringen aan de Shaffy Tijd! Op 8 en 9 november vieren we het Shaffy Weekend in Felix Meritis. Kijk hier voor meer informatie en kaartverkoop voor het Shaffy Weekend.
——————————————————————————————————–

De warmste dag sinds april in een zonovergoten tuin na een rampzalig grijze zomer
Thijs van Leer

Ik speelde rond mijn twintigste als acteur in een toneelstuk van Webster bij de AVSV voor een productie in een nieuw te openen theater op de Raamgracht, ‘Theater en Ronde’. Ik speelde een hoofdrol -de beul- en ik moest de Hertog, de zwangere Hertogin en de Kardinaal doden. Wij repeteerden dat stuk in Felix Meritis te Amsterdam, en daar kreeg ik de tip van een vriendin: Je moet Ramses Shaffy eens bellen. Ramses had voor zijn nieuwe project Shaffy Chantate al twee meisjes en twee jongens geauditeerd als een soort ‘The Mamas & The Papas’ en dienovereenkomstig gekleed, je weet wel: Flower Power, Make Love not War. Desondanks belde ik hem alsnog op met de gotspe: ik denk dat ik bij uitstek geschikt ben voor uw groep, waarop Ramses antwoordde: Nou kom dan maar direct, je hebt een half uur.

Ik had hem net twee maanden daarvoor nog gezien tijdens zijn  allerlaatste Shaffy Chantant in de kleine zaal van het Concertgebouw te Amsterdam. Ik dacht toen: Dit is totaal-theater, avant la lettre, iets dat in Nederland nog niet bestond; Ramses met z’n bretels en Liesbeth in het lang met een Frank Govers creatie. Kortom: alles was organisch, ingrijpend en wezenlijk evolutionair, en niet revolutionair, maar het zag er wel revolutionair uit! Het was een exponent van wat toen kunstzinnig was in Amsterdam. Er was maar één ongekroonde Koning in Amsterdam en dat was Ramses Shaffy, die zich dat uiteraard liet welgevallen omdat hij dat ook wel wist, maar het werd verder niet uitgesproken.

The Mamas and the Papas werden uiteindelijk Sylvia Alberts, Marjol Flore, Eelko Nobel en mijzelf.

Platenhoes 'Shaffy Chantate', 1968. Bron: website www.fonos.nl
Platenhoes ‘Shaffy Chantate’, 1968. Bron: website www.fonos.nl

Het hele Shaffy-zaaltje op de bovenste verdieping van Felix Meritis werd in Flower Power stijl ontworpen door Olof Smit en door ons en met een team gebouwd en geverfd. Ramses had al zijn mooiste liedjes, denkend aan the Mamas and the Papas, voor ons geschreven voordat zijn eigen Tour de Chant af was. Marjol was natuurlijk Mama Cass. We gingen repeteren op de Prinsengracht in het zolderstudiootje van Thijs Chanowski en Loek de Levita, waar de Fabeltjeskrant werd geproduceerd. Daar stond een vleugel en er was opnameapparatuur aanwezig. Tijdens onze koor- en kwartetrepetities ontstond de meerstemmigheid vanzelf; oftewel de arrangementen werden instant geboren. Later speelde ik wat sfeertjes op het Philicorda orgel en op de fluit. Louis was op zich al zo vol en barok, een belevenis elke avond weer en ook elke avond weer anders. Het heeft een dik jaar gespeeld totdat Ramses besloot er mee te stoppen. Dit was op het moment dat er nog per avond tien mensen terug werden gestuurd in plaats van veertig. Hij zei: ‘Ik wil het niet zien tanen’, met als gevolg dat het van de ene op de andere dag over was. Dat was voor mij de aanleiding om per direct een trio te beginnen. Tegelijkertijd werden Eelko, Sylvia en ik ingehuurd bij Zomaar een Zomeravond van Vara’s Koos Postema, om muzikaal in te haken op het actuele nieuws destijds. Eelko is in 1991 bij een motorongeluk in Nieuw-Zeeland omgekomen.

Het trio begon bij de NCRV met het dichtersprogramma Sjook van Theo Stokkink. Wij speelden geïmproviseerde achtergrondmuziek tijdens de voordracht van dichters die uit eigen werk voorlazen. Dit onder de noemer van ‘Jazz & Poetry’. Voorts werden we uitgenodigd om Linda van Dijk te begeleiden in Davos en Shirley Zwerus tijdens het Hartewens festival te Haarlem. Wij besloten toen onze naam om te dopen in FOCUS. Het trio bestond uit Martijn Dresden, basgitaar –naar alle waarschijnlijkheid al jaren geleden overleden-, Hans Cleuver op drums en mijzelf op Hammondorgel.

Shaffy Verkeerd was het derde programma van Ramses dat net als het voorgaande programma in de Shaffyzaal, nu onderdeel van het Shaffy Theater, ging spelen. Ramses was bezig met een eenakter voor twee mannen samen met Lex Van Delden Junior. Daaromheen wilde hij ‘een gebeuren’ met zowel het Trio Louis van Dijk als het Trio Thijs van Leer. Ik mocht McArthur Park zingen en verder deden Loesje Hamel, Anneke Grönloh, Natascha Emanuels, Sylvia Alberts, Marjol Flore en vele andere gasten mee.

In 1969 begeleidde het trio Ramses tijdens het Holland Festival in het Concertgebouw te Amsterdam samen met het Metropole Orkest onder leiding van Dolf van der Linden met arrangementen van Rogier van Otterloo. Martijn Dresden, kleinzoon van de beroemde Sem Dresden, stelde voor dat we nog een gitarist nodig hadden. Hij stelde Jan Akkerman voor. Jan kwam in het Shaffytheater om met ons te jammen op uitnodiging. Tijdens deze sessie kwam John van Setten, destijds manager van Brainbox (waar hij toen speelde) het repetitielokaal binnen met de mededeling: ‘Jan, je ligt eruit!!!!’ ‘Nou’ zei Jan: ‘Ik mag mijzelf en jullie feliciteren want ik zit erbij’.

Focus als kwartet met als tweede van links Thijs van Leer
Focus als kwartet met als tweede van links Thijs van Leer

Toen waren we dus een kwartet.

In 1970 maakten we als begeleidingsband met Ramses de single The Shrine of God met Watch the ugly people en een LP Sunset–Sunkiss. De rest van Focus is geschiedenis en valt buiten het Shaffy-gebeuren.

Tot slot zou ik willen zeggen: Mijn vader was in de eerste plaats mijn muzikale inspirator die mij ook fluit heeft leren spelen en bijna al het andere op mijn vakgebied heb ik later van Ramses geleerd. Een prachtig en belangrijk advies van hem was dat je tijdens je opkomst, in alle rust of onder spanning, altijd één keer diep moet inademen om de sfeer van je publiek te inhaleren alvorens te beginnen. Ik zal mij Ramses altijd blijven herinneren als één van mijn meest dierbare grote vrienden, waar ik deels zo hoog tegenop keek, dat, als hij me toesprak, ik bijna altijd een beetje zenuwachtig werd terwijl onze vriendschap tegelijkertijd zo dichtbij en teder was. Deze vriendschap is altijd gebleven zonder ooit één onvertogen woord of spanning tussen ons. Ik ben blij dat we zo’n grootheid hebben/hadden in ons midden. Groter dan hij heeft nooit bestaan en dat zal ook niet meer komen en dat hoeft dan ook niet, want hij was het al. Om de grootste Nederlandse zanger te zijn moet je dus kennelijk half Egyptisch zijn, een kwart Russisch en een kwart Frans. Zoals Brel -een Vlaming- en Aznavour -een Armeniër-, de grootste Franstalige chansonniers waren.

Piet Souer, mijn eerste ontmoeting met Ramses.

Lees de komende tijd herinneringen aan de Shaffy Tijd! Op 8 en 9 november vieren we het Shaffy Weekend in Felix Meritis. Kijk hier voor meer informatie en kaartverkoop voor het Shaffy Weekend.
—————————————————————————————————————

Mijn eerste ontmoeting met Ramses
Piet Souer

Mijn eerste ontmoeting met Ramses was in het gebouw Felix Meritis aan de Keizersgracht te Amsterdam. In de periode dat ik met Lenny Kuhr als gitarist speelde, zo rond 1969, ontmoetten wij regelmatig Thijs van Leer. Hij speelde toen met Ramses in het theaterprogramma Shaffy Verkeerd. Die productie werd opgevoerd in het Shaffy Theater, zoals Felix Meritis vanaf dat jaar officieel genoemd werd.

Op een dag zochten wij Thijs op in het Shaffyzaaltje, de bovenetage van dat gebouw. Vanaf het moment dat Ramses halverwege de middag binnentrad, veranderde er iets in de ruimte, iets dat het directe gevolg was van het feit dat de man overliep van charisma. Zelfs aan Thijs zag je nog steeds de bewondering voor de man en artiest Shaffy. Toen ik een aantal jaren later ben gaan componeren en arrangeren schreef ik op een dag Te veel te vaak voor Liesbeth List. Een single die toen werd geproduceerd door Hans van Hemert. Met Hans werkte ik veel samen in die tijd, o.a. voor LUV. Het liedje werd een top tien hit zo rond de midden jaren zeventig. Omdat Hans van Hemert zoveel succes had als platenproducer, kreeg hij bij Philips – Phonogram de opdracht een duetten LP te maken met Ramses en Liesbeth. Hans vroeg mij of ik nog wat composities had liggen.

Ik ben mij toen gaan verplaatsen in Ramses en dacht natuurlijk aan ho, ho, ho, iets dat zo muzikaal kenmerkend was voor Shaffy. Aan de piano vertaalde ik dat muzikaal door de tekst Samen, ja Samen, ja Samen door de jaren heen. Dit was zo typerend voor Ramses dat ik pas vanuit dat punt compositorisch ben afgedaald naar allerlei melodische inleidingen. Kortom, ik was toen al vertrouwd met het gegeven dat componeren bestaat uit het binnenstappen van een wereld die zijn eigen straten, kruisingen en pleinen kent. Daar waar ik dacht linksaf te gaan, stootte ik mijn neus en ging dan maar weer eens rechts af, en zo kwam dan ten slotte ook dit lied weer tot een eindresultaat. Toen ik het voor de ‘jury’ voorspeelde werd het goed bevonden. Vervolgens werd ik geacht samen te gaan zitten met Ramses om naar zijn onvoltooid werk te luisteren of eventueel iets samen te gaan maken. Wij maakten in Amsterdam een afspraak op de Derde Weteringdwarsstraat tegenover het bekende café De Gelaghkamer. ’s Morgens vroeg belde ik aan en Ramses deed open. Ik keek vanaf de stoep een gang in, die redelijk duister en behoorlijk macaber leek. Vervolgens gingen we de woonkamer in, die tot mijn grote verbazing vol met lege drankflessen stond. Het licht kwam via gebroken, ondoorzichtige ramen naar binnen en vele beschimmelde, niet afgewassen glazen, pannen, potten, bestek en borden lagen op de vloer. In de schouw waar ooit een kachel had gestaan lag een oud Perzisch tapijt. Ramses vertelde me dat hij dat ‘hokje’ wel een prettig slaapplekje vond. Ik dacht: Hoe kunnen wij in deze ruimte ooit nog iets gaan creëren? Hij leidde mij na deze rondleiding weer naar het duistere gangetje alwaar een zijdeur was die toegang verschafte tot een brandschone kamer. Deze kamer was ingericht met keurige schrootjes waarin een gloednieuwe zwarte vleugel stond. Hij vertelde me dat Phonogram, destijds zijn platenmaatschappij, deze ruimte op hun kosten voor hem hadden ingericht en verbouwd op voorwaarde dat deze kamer zo moest blijven en niet bevuild mocht worden. Toen wij zo rond een uur of elf aan de vleugel zaten moest hij even weg. Met twee flessen jenever kwam hij even later van de slijterij terug: “Één voor jou, één voor mij!”

In mijn herinnering hebben we leuk samen gewerkt, waarbij ik veel inspiratie opdeed, vooral door zijn harmonieën. Ik vond dat zo briljant. Het deed me vaak aan Debussy of Ravel denken. De LP productie die ik eveneens dirigeerde werd zeer bezield ingezongen. Het lied Samen heb ik altijd bij me gedragen, zo’n lied van: “Dat zit in mijn ziel en dat verlaat mij niet; dat neem ik overal mee naar toe”.

Ramses Shaffy Songbook

Jaren later, zo rond 2007 kort voor zijn overlijden, ben ik Ramses nog gaan opzoeken in het Sarphatihuis te Amsterdam waar hij toen inmiddels woonde. Omdat ik het Shaffy Songbook Een turbulent leven in liedjes had gekocht als cadeau voor een vriend die een groot bewonderaar was van Shaffy, dacht ik twee vliegen in één klap te slaan door hem weer eens te spreken en hem daarna het boek te laten signeren.  Bij de balie aangekomen vroeg ik aan een vrouw waar ik Ramses kon vinden waarop ze antwoordde: “Als u goed luistert, dan hoort U hem aankomen, want hij schuifelt”. Direct daarna kwam Ramses met zijn rollator aan en het eerste wat ik hem vroeg was: “Hoe gaat het met je”? En toen sprak hij de onsterfelijke woorden: “Daar ga ik niet over”. Daarna signeerde hij het boek en ging ik blij  weg. Hoewel het boek een cadeau was voor een goede vriend koesterde ik het als een kleinood en als een symbolische schat van prachtige herinneringen die ik aan deze man heb.

Herinneringen van Penny Henshaw

Lees de komende tijd herinneringen aan de Shaffy Tijd! Op 8 en 9 november vieren we het Shaffy Weekend in Felix Meritis. Kijk hier voor meer informatie en kaartverkoop voor het Shaffy Weekend.

—————————————————————————————————————

Herinneringen van Penny Henshaw

Of ik herinneringen heb aan het Shaffy Theater?

Na een teleurstellende gang van zaken bij het Internationaal Folkloristische Danstheater in 1978 kon ik me als toch geëngageerde technica ontwikkelen bij Het Shaffy Theater, o.a. met Mimegroep Memorie (“Samen alleen of Het Daglicht” boven in de Shaffyzaal) en later dankzij Shaffy via Mickery nog verder met o.a. Mel Smith (onlangs veel te vroeg overleden), Peter Brewis en Bob Goody in “Have you heard the one about Joey Baker?“.

Gidius Noordman was mijn mentor indertijd. Dankzij de generositeit van Gidius en de andere technici van het Shaffy heb ik me nooit hoeven schamen dat ik het niveau van fysieke kundigheid niet bereikte van hen die moeiteloos zonder veiligheidsvoorziening over de balken liepen vijf meter of meer boven de Concertzaal. In Het Shaffy Theater voelde ik me altijd gewaardeerd om wat ik wel kon, en nooit veroordeeld om wat ik niet kon.

Shaffy_Theater_festival_of_foolsDat Shaffy opeens geen Shaffy meer was maar weer “Felix Meritis”, daar heb ik nooit aan kunnen wennen. Letterlijk en figuurlijk een stap achteruit. Als ik over de Keizersgracht fiets, kijk ik de gevel nog altijd met een beetje verdwaasd ongeloof aan. Wat mij betreft mag Het Shaffy Theater weer Het Shaffy Theater worden en het liefst een beetje vlug ook. Niet voor één weekend maar blijvend. Een theater waar je je ideeën tot uiting mag brengen, en in een voorstelling omzetten. Een theater waar alles wat mag worden.

Tot ziens op 8 en 9 november.

 

­­­­­­­­­­­­­­­­­­

Bob Logger, Felix

Lees de komende tijd herinneringen aan de Shaffy Tijd! Op 8 en 9 november vieren we het Shaffy Weekend in Felix Meritis. Kijk hier voor meer informatie en kaartverkoop voor het Shaffy Weekend.
——————————————————————————————————–

Felix
Bob Logger

Aan het eind van de jaren ’60 van de vorige eeuw, toen de ontevredenheid in ‘theaterland’ steeds manifester werd, hadden binnen de Nederlandse Comedie een aantal -meest jongere- acteurs zich verenigd in een werkgroep.

Niet kritiek op het lopende repertoire was de directe aanleiding, doch de behoefte vorm te geven aan een meer geëngageerd en actueler soort theater.

Met (schoorvoetende) toestemming en steun van de directie werd begin 1969 de mogelijkheid geschapen een productie voor te bereiden die beantwoordde aan de ideeën en opvattingen van de betrokkenen.

De keus viel op ‘Gesang vom Lusitanischen Popanz’, van Peter Weiss.
Als regisseur werd aangetrokken Leonard Frank, muziek van Willem Breuker. Om praktische en principiële redenen zou de première niet uitgebracht worden in de Stadsschouwburg.

Funhouse

 

In gebouw Felix Meritis, een uit 1788 stammend verenigingsgebouw met verschillende zalen, was een jaar eerder de z.g. filmzaal ingericht voor de groep rond Ramses Shaffy, voor het programma Shaffy Chantate. Inmiddels hadden ook in andere zalen van Felix binnen- en buitenlandse experimentele theater- en cabaretgroepen voorstellingen gegeven.

Funhouse, een groep rond Rob van Houten, en ‘the Sissies’, hadden met technische steun van o.a. de Nederlandse Comedie hier geregeld voorstellingen verzorgd.

Het lag dus voor de hand de Lusitanische Popanz in Felix uit te brengen.

Begin juni werd er in de z.g. Shaffyzaal gerepeteerd en op 11 juni was de première. De voorstelling werd gepresenteerd onder de Nederlandse titel: De Lusitaanse Bullebak.

Een paar dagen voor de première stond in een ochtendblad een interview met enkele medewerkenden aan ‘de Bullebak’, waarin sprake was van ‘repressieve tolerantie’ van de zijde van de directie van de Nederlandse Comedie.

Toen Guus Oster op zijn kantoor in de Stadsschouwburg dit las, spoedde hij zich te voet naar Felix, waar de repetitie net was begonnen. De betrokkenen werden ter plekke ter verantwoording geroepen. Later bleek de term door de interviewer te zijn toegevoegd.

De voorstellingen in de Shaffyzaal verliepen op sommige avonden in een gespannen sfeer. Onder het publiek bevonden zich dan doorgaans leerlingen van de Toneelschool en studenten van het Instituut voor Dramaturgie.

Nadat tijdens de première van de ‘Storm’ van William Shakespeare door de Nederlandse Comedie op 19 september 1969 in de Stadsschouwburg de eerste tomaten door de zaal vlogen, kwam de vernieuwingsgolf binnen het theater pas goed op gang.

Shaffy TheaterOok hierbij speelde Felix Meritis een belangrijke rol. Naast voorstellingen van experimentele Nederlandse en buitenlandse theatergroepen, muziek- en cabaretensembles, die jarenlang als voorbeelden golden voor een nieuw soort theater, werd Felix een centrum voor discussie- en protestbijeenkomsten.

Vermaard werden de Zondagochtend bijeenkomsten, waar, onder voorzitterschap van Han Surink, fanatieke ‘Tomatisten’ en vernieuwingsgezinde leden van gevestigde gezelschappen elkaar ontmoetten.

De sfeer was hier begripvoller en verdraagzamer dan tijdens de bijeenkomsten in het Universiteitstheater tussen de leden van gevestigde gezelschappen en compromisloze studenten van het Instituut voor Dramaturgie, die uitliepen op regelrechte confrontaties.

Helaas verzandden de discussies in Felix na enige tijd in procedurele muggenzifterij over wie wel of niet aan de bijeenkomsten mocht deelnemen, of wie de notulen mocht nakijken.

Desalniettemin waren hier door direct betrokkenen de eerste naoorlogse discussies binnen de theaterwereld gevoerd over diverse vormen van theater zoals die de komende jaren vorm zouden krijgen bij het Werktheater, Sater, de Appel, Arena, Baal, etc.

Herinneringen van Rudolf Lucieer

Lees de komende tijd herinneringen aan de Shaffy Tijd! Op 8 en 9 november vieren we het Shaffy Weekend in Felix Meritis. Kijk hier voor meer informatie en kaartverkoop voor het Shaffy Weekend.
—————————————————————————————————————

Herinneringen van Rudolf Lucieer (Toneelgroep Baal) 

In de zaal waar ooit Clara en Robert Schumann concerteerden, mochten wij in 1972 proberen  een artistiek antwoord te vinden op de vragen die rezen na Aktie Tomaat.

We speelden Brecht’s eerste stuk en vernoemden onze groep daarnaar. ‘Baal speelt Baal’, dat klonk lekker. “Theater van de straat, asfalt waar ooit pluche was”, herinner ik me uit de interviews die we destijds gaven.

Vijf jaar later verlieten wij het Shaffy Theater. Met de vele uitverkochte zalen, met de introductie van schrijvers als Botho Strauss, Peter Handke en Thomas Bernhard, met de ontwikkeling van het muziektheater o.l.v. Willem Breuker, Louis Andriessen en Lodewijk de Boer, pasten wij niet meer binnen de doelstelling van het Shaffy Theater, dat onbekend talent een plaats wou bieden. Na een overgangsperiode vond Baal tenslotte zijn eigen plek in Amsterdam als bespeler van Theater Frascati.

Het spelen in het Shaffy Theater was met geen ander theater te vergelijken. Destijds bestond er nog niet zoiets als ‘het circuit van de kleine zalen’. Met allen die in het Shaffy Theater onderdak vonden veroverden we dat nog onontgonnen terrein van het experimentele. Toneel, dans, mime, muziektheater, video, performance, improvisatie.

Nergens anders buitelden al die theatervormen in hun verscheidenheid zo over elkaar als in het Shaffy Theater: de artistieke bijenkorf van het experimentele.

Dat ik in dit alles meeliep geeft nog altijd een geweldig gevoel.

Rudolf Lucieer

 

Herinneringen van Nico van der Linden

Herinneringen aan Ramses Shaffy
Nico van der Linden

Mijn carrière begon in 1971 bij Cabaret Tekstpierement, waarin ook oprichtster Sylvia Alberts zat. Ik kende Frank Sanders en Sylvia nog van de middelbare school tien jaar daarvoor. Toen het speelseizoen in april 1972 afgelopen was kocht ik uit nieuwsgierigheid de LP Shaffy Chantate om naar Sylvia en Thijs van Leer, van wie ik af en toe les had, te luisteren. Ik hoorde toen voor het eerst pas Ramses Shaffy, Liesbeth List en het overdonderende Trio Louis van Dijk met het zang kwartet. Binnen enkele dagen zorgde ik ervoor alle Shaffy-LP’s te bemachtigen die er tot op dat moment uitgebracht waren. Deze april weken in 1972 zouden voor mij een belangrijke periode vol inspiratie worden. Ik ging alle liedjes uitzoeken en spelen. Precies in die periode kwam Shaffy bovendien toevallig regelmatig bij de violist Christiaan Bor op bezoek, onze bovenbuurman. Ik ging eens op zo’n avond extra hard die liedjes spelen. Via Sylvia Alberts kwam ik in mei dat jaar in contact met Marjol Flore. Ze zocht een begeleider en toen ze op een dag langs kwam om kennis te maken gingen wij de hele LP Shaffy Chantate jammen. Een paar dagen later nam ze me mee naar een repetitie van een KRO-TV show rond Ramses Shaffy met gasten. Zo leerden Ramses en ik elkaar kennen en mocht ik ook direct als gast meedoen. Na onze eerste ontmoeting zei Shaf: “je bent familie”, een gevleugelde uitspraak voor iemand die zijn muzieksmaak aanvoelde of artistiek bij hem paste.

Later heb ik zo’n drie jaar Met Marjol gespeeld.

Nico van der Linden
Nico van der Linden

Wij begonnen ons tournee in januari 1973 nota bene in het Shaffyzaaltje, dat op mijn verzoek weer in de originele staat werd teruggebracht, d.w.z. alle zwarte muurgordijnen weg, zodat de originele wandschilderingen weer zichtbaar werden. Het programma werd een groot succes.

Op een dag in mei belde Liesbeth List mij op met de vraag of ik een paar avonden met haar en Ramses in de Brakke Grond kon spelen. Twee hoofdrolspelers uit de succesvolle langlopende toneelserie The Family waren ziek. Er moest een andere voorstelling geprogrammeerd worden. Een uur later kwam er een taxi langs om zo’n twintig LP’s langs te brengen. Ik zocht in noodtempo alle List liedjes uit, evenals de duetten met Ramses. De bassist, René Mesritz en de drummer, Robert Meinema van mijn trio zaten in de andere kamers hun partijen te oefenen. Om zes uur waren we in de Brakke Grond voor een vluchtige repetitie van zo’n klein uur. Alle goden waren met ons en het werden totaal zeven succesvolle weken in een uitverkocht huis. We bleven de jaren daarna regelmatig met elkaar werken.

In 1982 werd ik gevraagd een aantal nieuwe liedjes voor Ramses te arrangeren. Dit was voor zijn aandeel bij het Circus Grand Variété Saltarino. Hij zou ‘n klassiek Zwitsers clowns nummer overnemen met bellenblazen. Op zijn cassettebandje stonden: Overvoerd door jou, Eric, De witte wolk, Meneer Koek, Novemberstorm en Met het circus mee. Het circusorkest snapte totaal niets van deze muziek en zo verviel de uitvoering van deze nieuwe onbekende liedjes.

In het theaterseizoen 1986-87 begeleidde ik nog het laatste officiële Shaffy/List theaterprogramma Kussen. Een aantal nieuwe liedjes uit deze show is nooit geregistreerd.

In het najaar namen we nog de laatste LP/CD-Cassette op: Sterven van Geluk. Hier stond een aantal Saltarino en Kussen liedjes op. Deze LP kwam mede tot stand dankzij een handtekeningenactie van Monique van Zandvoort. Gerrit den Braber, producer, overtuigde de platenmaatschappij Polydor deze LP op te nemen. Dit gebeurde in de nazomer van dat jaar. Op een ochtend toen ik de platenmaatschappij belde wanneer de LP geperst zou worden, deelden zij mede: “We denken zo over een dag of tien”. Nog diezelfde ochtend ontdekte ik bij mij om de hoek een gloednieuwe tweedehands platenwinkel. Binnenkomend zag ik direct een heel pak van deze nieuwe Shaffy LP liggen, voor slechts vijf gulden per stuk! Deze bleken uit Hilversum afkomstig te zijn. Afgedankte presentexemplaren van de diskjockeys. Later bleken ook nog eens alle fabrieksexemplaren vernietigd te zijn om zo het afgestane Buma-Stemra geld terug te krijgen. In de vier maanden van dit hele proces was de geluidsdrager fabrikant Polydor vele malen van directie gewisseld. De LP heb ik uiteindelijk zelf voor vijf gulden bij mij om de hoek gekocht.

Nico van der Linden
Pianist/arrangeur/componist/leider trio

Herinneringen aan Ramses Shaffy, Steve Austen

Lees de komende tijd herinneringen aan de Shaffy Tijd! Op 8 en 9 november vieren we het Shaffy Weekend in Felix Meritis. Kijk hier voor meer informatie en kaartverkoop voor het Shaffy Weekend.
——————————————————————————————————————

Herinneringen aan Ramses Shaffy
Steve Austen

Ramses trok zich nooit veel aan van “het kleine denken”, nijd of jaloezie. Als mensen zijn werk waardeerden dan was dat óók prima. Als hij, wat vaak gebeurde, na een optreden bij mensen thuis kwam of bij een vereniging nableef, en men hem vragen ging stellen buiten het gangbare showbizz gebeuren, dan hield hij dat nadrukkelijk af. Volgens een vaste methode boog hij de conversatie om of beëindigde hij het gesprek. De oorsprong van zijn liedjes vermoedden op zijn minst dat hij een zeer rijk gevoelsleven had met een diepe belangstelling voor de wereld met zijn gebeurtenissen. Een man die ook veel gelezen had en erudiet was. Hij wilde iedere keer zijn plaats daarin bepalen waaruit bleek dat hij gezegend was met een meer dan gemiddelde reflectieve kwaliteit en zo gedroeg hij zich in feite vaak ook. Naast de buitengewoon succesvolle man kon hij privé uiterst bescheiden zijn. In zijn kunst kon hij voor de gewone mens zodanige hoogten bereiken dat je buiten zinnen kon raken. Kortom hij had transcendente capaciteiten, zelfreflectie en moet dus voor een groot publiek een verborgen gebied hebben gekoesterd van diep inzicht gepaard met de kwaliteit om dat compact onder woorden te brengen zonder dat men zich realiseerde dat Ramses het hier of daar over had. Het kwam voort uit een zeer diepe overtuiging met een plaatsvervangend “zich blootgeven gevoel”.